Surf Nieuws

cafeïne bij het fietsen

Off 3

‘Mijn lichaam reageerde niet op epo. En zonder epo werd je geen prof.’ Dit was de uitleg die Vlaming Kenneth Mercken, de regisseur van de in dit voorjaar verschenen film ‘Coureur’, aan een Nederlandse krant gaf op de vraag waarom hij in 2001 kapte met koersen. Het deed me denken aan het onderzoek van de Leidse universiteit dat twee jaar geleden breeduit in de media verscheen en dat suggereerde dat epo de fietsprestatie niks méér hielp dan een nepmiddel. De studie leidde tot ongeloof en hilariteit bij ex-renners en het wielerpubliek. ‘Die malle wetenschappers in hun ivoren toren toch. Wat ze nu weer gevonden hebben, of eigenlijk niet gevonden hebben: epo blijkt niet te werken in wielrenners. Humor!’

ls wetenschapsjournalist die op de vraag ‘of iets werkt of niet’ grotendeels blind vaart op evidence-based onderzoek stond ik wel even met mijn oren te flapperen. Want de studie was volgens de gouden standaard van de wetenschap uitgevoerd: dubbelblind dus, proefpersonen én onderzoekers hadden geen idee wie epo en wie het nepmiddel kreeg. Aan de andere kant had ook ik de boeken van Hamilton, Millar en Thomas Dekker gelezen waarin zij onmiskenbaar hoog opgaven over het stimulerende effect van epo: het middel was er grotendeels verantwoordelijk voor dat het peloton destijds ‘op twee snelheden fietste’.

Maar zoals dat gaat met wetenschappelijk onderzoek waren er bij nader inzien kanttekeningen te plaatsen bij de Leidse studie, zodat de conclusie ‘dat wielrenners geen enkel voordeel hebben van een epo injectie’ met een flinke korrel zout genomen mag worden. De proefpersonen waren redelijk getrainde recreanten in plaats van profs, de Mont Ventoux-etappe stond maar één keer op het programma wat het lastig maakt om een effect te meten, en tenslotte liet een goed gecontroleerde maximaaltest op de ergometer in het lab wel gewoon een verbetering van de zuurstofopname en het getrapte vermogen in de epo-groep ten opzichte van de placebo-groep zien. De verschillen waren echter klein, minder dan vijf procent. Gemiddeld genomen dan, want er was een behoorlijke variatie tussen proefpersonen: de een had overduidelijk meer baat van het epo-kuurtje dan een ander bij wie het middel amper aansloeg. Zoals bij Kenneth Mercken destijds.

7000 Plasjes

Marginale winsten met epo volgens de wetenschap derhalve, want ook in eerdere studies zorgde het niet echt voor schokkende effecten op de fysieke prestatie. Het zogenaamde ‘wondermiddel’ steekt daarbij schril af tegenover dat van 1,3,7-trimethylxanthine, beter bekend als cafeïne. In 1907 merkten twee onderzoekers van Cambridge al op dat ze meer armarbeid konden verrichten wanneer ze van tevoren een drankje met cafeïne hadden genuttigd in plaats van een drankje met dezelfde kleur, geur en smaak maar zonder de cafeïne. Tig studies volgden en ruim honderd jaar later twijfelt geen enkele onderzoeker er nog aan: cafeïne is bij uitstek hét middel om de prestatie op te krikken. Of het nu om uithoudingsvermogen, spierkracht of sprintsnelheid gaat: cafeïne helpt bij fietsen!

En het is sinds 2004 gewoon legaal voor sporters. Tot dat jaar stond cafeïne nog op de dopinglijst; bij een hoge hoeveelheid ervan in de urine moest de betrokken atleet bij de dopingautoriteiten op het matje komen. Maar toen bleek dat het middel in de plas van 70 procent van de Olympische sporters voorkwam, zag men ook wel in dat het zinloos was om sporters te straffen omdat ze per ongeluk net wat teveel kopjes koffie hadden gedronken. Nadat de ban werd opgeheven was het niet zo dat atleten massaal een overdaad aan cafeïne gingen innemen. Uit de analyse van ruim 7000 plasjes van atleten die aan sportwedstrijden in Spanje meededen bleek de gemiddelde cafeïne concentratie tussen 2004 en 2015 nauwelijks te zijn gestegen. Wel waren er aanzienlijke verschillen tussen sportdisciplines. De laagste concentratie werd gevonden in golfers. En de hoogste? Je raadt het al: in wielrenners.

In de genen

Geef ze eens ongelijk: is er een geoorloofd middel dat overduidelijk de prestatie een boost geeft, waarom zou je dan nog gaan klooien met microdoseringen van epo, waarvan het geenszins duidelijk is of je er harder van gaat fietsen? Slim dus dat de meeste ploegen tegenwoordig hun eigen koffiemachine naar de koers meenemen. Nog slimmer: een barista erbij die een straffe espresso of perfecte cappuccino weet te brouwen met een constante hoeveelheid cafeïne erin. Dat is geen vanzelfsprekendheid: Australisch onderzoek liet zien dat een bakkie leut bij het ene koffietentje aan de Goudkust zomaar acht keer zoveel cafeïne kon bevatten als bij een café een paar kilometer verderop. En dat een paar dagen later het eerste tentje koffie serveerde met daarin slechts de helft van de eerdere hoeveelheid cafeïne. Een Nespresso dan maar? Nee, ook de hoeveelheid cafeïne die uit hun capsules druppelt, blijkt flink af te wijken van wat het label vermeldt: onderzoekers maten een variatie van 51 tot 162 procent van wat de fabrikant beloofde.

Drie tot negen milligram cafeïne per kilogram lichaamsgewicht één uur voor inspanning, dat is de aanbeveling die de wetenschap momenteel geeft. Het is een enorm bereik: waar de ene studie al bij een lage dosering positieve effecten van cafeïne ziet, doet een andere dat pas bij een drie keer zo hoge dosis. De belangrijkste veroorzaker hiervan is een flink verschil tussen mensen in hoe ze op cafeïne reageren. Het blijkt hem in de genen te zitten, onder andere in het gen dat codeert voor het enzym dat cafeïne in de lever afbreekt. Toen een Canadese studie de proefpersonen in hun studie indeelden op de aanwezige genvariant – geassocieerd met een snelle versus tra- ge afbraak van cafeïne – zagen de onderzoekers dat de eerste groep na inname van een lage dosis cafeïne een 10 kilometer tijdrit 7 procent sneller afwerkte maar dat de laatste groep er juist 14 procent langer over deed. Fietsen op twee snelheden dus, dit keer veroorzaakt door het al dan niet aanslaan van cafeïne.

‘Mijn lichaam reageerde niet op koffie. En zonder koffie werd je geen prof.’ Het is maar de vraag of anno 2019 een beloftevol renner gedwongen wordt af te haken omdat zijn lichaam cafeïne slecht verteert. Volgens cafeïne-expert Craig Pickering kan namelijk iedereen voordeel hebben van cafeïne en is het vooral een kwestie van het goed uitdokteren van de optimale timing, dosering en verpakkingsvorm. Net zoals dat geldt voor de optimale training, voeding en hoogtestages. Een gemiddeld effect mag dan prima zijn voor een wetenschappelijke studie, een winnaar heeft er niet zo veel aan. Zijn effect moet zijn zoals zijn prestatie: op maat en uniek.


Word abonnee van Wielrenblad zodat je het nieuwste magazine als eerste ontvangt en geen artikel meer hoeft te missen. Losse uitgaven van Wielrenblad kun je ook bestellen in de Soul Webshop. Digitale uitgaven kun je uiteraard terug vinden in de Soul Kiosk App, zodat je Wielrenblad ook via tablets of smartphones kunt lezen. Volg ons op Facebook en Instagram!

The post cafeïne bij het fietsen appeared first on Ridersguide.

Bron: 6.soulonline.nl

Related Posts